43,225 results
gebonden, geillustreerd, 352 pagina's. ISBN 9789075697957. De bestaande beelden over vrouwelijke lectuur zijn in de literatuurgeschiedschrijving tot nu toe vrijwel klakkeloos gereproduceerd, maar worden in 'Door lezen wijder horizont'. Het Haags Damesleesmuseum kritisch onderzocht op basis van geschiedbronnen van het Haagse Damesleesmuseum. Dit leesmuseum is een vrouwenbibliotheek die in 1894 werd opgericht ten tijde van de eerste feministische golf en die nog steeds bestaat. Duyvendak beschrijft de relatie met de vrouwenbeweging en onderzoekt onder andere de leesmotieven en leesgewoonten van de huidige leden, waarbij aansluiting is gezocht met het cultuursociologische onderzoek naar leesmotivatie.
paperback, rijk geillustreerd 224 pagina's. ISBN 9789077503812. Culturele verscheidenheid is iets moois. Toch we willen ook weten wat ons bindt. Daarom vinden we dat kinderen moeten kennismaken met de grote namen en gebeurtenissen uit het vaderlandse verleden. En dan komt de literatuur eveneens aan bod, met de wens dat er weer gedegen literatuuronderwijs moet komen, -zoals vroeger-. Waar hebben we het dan over? Gert-Jan Johannes laat zien dat het onderwijs in de vaderlandse letterkunde pas rond 1800 ontstond. Maar toen ging het ook snel. Literatuurgeschiedenis rukte op in klaslokalen, met lucide titels als Schets van de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, Beknopte geschiedenis van de Nederlandsche letterkunde of zelfs Schets van de beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Tientallen bloemlezingen presenteerden de teksten uit heden en verleden. Kreten als 'Jantje zag eens pruimen hangen', 'Constantijntje, saligh kijndje' of 'Hoofden van Lebak!' galmden uit talloze jonge monden. Intussen was het vaak niet zo duidelijk wat het literatuuronderwijs nu eigenlijk beoogde. Wat moesten de kinderen weten en waarom? Feitelijk duurt die onduidelijkheid tot op de dag van vandaag voort. Het is daarom hoog tijd dat er helderheid wordt geschapen. Dit moet u niet onverschillig wezen!
paperback, geillustreerd, 416 pagina's. ISBN 9789075697896. Eind zeventiende eeuw verschijnen tien Nederlandse romans waarin allerlei randfiguren vertellen over hun leven aan de onderkant van de maatschappij. De vertellers slaan twee vliegen in een klap: zij kunnen breeduit over seks schrijven en hun kritiek op de hypocriete maatschappij spuien. Het woord is aan de onderkant onderzoekt waarom juist aan het einde van de zeventiende eeuw bij Nederlandse auteurs (en lezers) interesse ontstond voor pornografie. De gematigde brave burger maakt in deze studie korte tijd plaats voor de radicale libertijn, die heilige huisjes omver trapt en de onderkant bovenhaalt.
paperback, geillustreerd, 14x22 cm, 304 pagina's. ISBN 9789077503485. Het hedendaagse Nederland is de uitkomst van vele negentiende-eeuwse burenruzies over de politieke en culturele grenzen van het land. In het verhitte afbakeningsproces ten opzichte van Vlaanderen, Duitsland en Frankrijk speelden niet alleen politici, maar ook boekenwurmen en kamergeleerden een belangrijke rol. Op zoek naar bronnen die de nationale identiteit konden versterken, brachten letterkundigen van divers pluimage in de negentiende eeuw de oudste kroonjuwelen van de literatuur opnieuw in beeld. Een ongemeen felle concurrentiestrijd volgde: was Reinaert nu Frans, Vlaams, Nederlands of Germaans? Joep Leerssen laat in een even secuur als geanimeerd betoog zien dat die letterkundige zaken allesbehalve antiquarisch waren. Ze vormden de culturele component van gespannen geopolitieke verhoudingen en waren onderdeel van turbulente natie- en staatsvorming. De bronnen van het vaderland vertelt op originele wijze de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse cultuur.
paperback, rijk geillustreerd in kleur, 320 pagina's. ISBN 9789460040214. Het leven van de auteur en geleerde Helene Nolthenius stond in het teken van grote thema's: muziek, religie, Italie, middeleeuwen. Als hoogleraar in de muziekgeschiedenis van de oudheid en de middeleeuwen aan de Rijksuniversiteit Utrecht trok zij aandacht door de rol die zij toekende aan verbeeldingskracht in historisch onderzoek, waarmee zij vooruitliep op de moderne cultuurwetenschap. Als auteur van historische romans muntte zij uit door de precisie waarmee zij gegevens verwerkte. Haar studies van het Duecento, het Gregoriaans en Franciscus van Assisi kregen enorme verbreiding. In Rede en vervoering wordt aandacht besteedt aan de plaats die Nolthenius innam binnen een erudiete Nederlandse elite, die stand hield totdat de universiteit definitief in de greep raakte van 'kennisproductie'. In deze elite, wortelend in de vooroorlogse tijd, nam zij als flamboyante vrouwelijke geleerde een eenzame plaats in. Zij zocht een verheven wereld 'weg van hier', maar wist zich getemperd door de rationaliteit die ze zichzelf oplegde. Verder worden in dit boek persoonlijke ontwikkelingen belicht, zowel voor als na haar werkzame leven.
gebonden, 402 pagina's. ISBN 9789075697674. Het spiegelend venster geeft een goed beeld van een tot op heden onderbelicht gebied van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Mathijs Sanders neemt de literaire activiteiten en opvattingen van katholieke auteurs tussen 1870 en 1940 onder de loep. Het spanningsveld tussen literaire moderniteit en katholieke levensbeschouwing is de rode draad in dit boek. Katholieke kopstukken als Alberdingk Thijm en Schaepman, maar ook schrijvers die de canon bij lange na niet haalden worden uitvoerig behandeld. Het slothoofdstuk werpt een nieuw licht op de katholieke jongerenbeweging tijdens het interbellum, met schrijvers als Henri Bruning, Jan Engelman en Anton van Duinkerken.
gebonden, 17,5x22 cm, geillustreerd, 482 pagina's. ISBN 9789460040146. 'Wat zie ik? Bilderdijk en Tollens! Welke namen!' Een kreet van bewondering en verbazing, geuit door een van de inscriptoren in de Vriendenrol van de blinde dichteres Petronella Moens (1762- 1843). Wat nu een poesiealbum is, was vroeger een gewaardeerd bezit, ook voor volwassenen. Petronella Moens was zeer geliefd, onder literatoren en binnen haar uitgebreide familie. Een volledige transcriptie van dit waardevolle document, royaal geannoteerd, biedt zowel professionele onderzoekers als liefhebbers van het genre - naast veel genoegen - de mogelijkheid bijzondere ontdekkingen te doen. Daarnaast geven de achtergronden van het album amicorum van Moens vele mogelijkheden om zicht te krijgen op het culturele klimaat in Nederland gedurende de jaren 1786-1840. De inleidende hoofdstukken van Par Amitie behandelen respectievelijk het vriendenboek als een historisch genre en de plaats van Moens' album daarbinnen, toenmalige opvattingen over vriendschap, Moens' blindheid en de door inscriptoren gebruikte versvormen. Als bijlagen voor verdere studie bevat deze uitgave een genealogisch overzicht, alfabetisch, chronologisch en volgens het album geordende registers van scribenten, beginregels van alle bijdragen en een uitgebreide literatuurlijst.
paperback, 13,5x21,5 cm, 224 pagina's. ISBN 9789460040689. De nimf Echo kon alleen woorden van anderen weergalmen. Haar tragiek is die van alle literatuur. Dichters en vertellers hebben woorden van anderen steeds weer herhaald. Dat kon moeilijk anders, want als ze werkelijk origineel waren geweest, zou niemand hen hebben begrepen. In Echo's echo's behandelt Paul Claes het intertekstuele spel met bestaande literatuur in haar verschillende gedaanten: citaat, allusie, travestie, adaptatie, parodie en pastiche. Theoretische hoofdstukken wisselen af met praktische voorbeelden uit de hele westerse literatuurgeschiedenis en de Nederlandse poezie (Frederik van Eeden, Hugo Claus en Hans Faverey). Een lijst van intertekstuele termen sluit het boek af. De oorspronkelijke editie (1988) werd grondig gereviseerd, geupdatet en aangevuld met twee nieuwe hoofdstukken. In een daarvan wordt een nieuwe vertaaltheorie gepresenteerd. Paul Claes (1943) is als romancier, dichter, vertaler en essayist een van de productiefste en veelzijdigste auteurs van de Lage Landen. Baanbrekende studies zijn: Het netwerk en de nevelvlek (1979), De mot zit in de mythe en Claus-reading (1984), Raadsels van Rilke (1995), De Gulden Tak (2000), Concatenatio Catulliana (2002) en La Clef des Illuminations (2008). Paul Claes ontving de Martinus Nijhoff Prijs voor vertaling (1996), de eci-prijs en de Multatuli-prijs voor de roman De Kameleon (2002). Echo's echo's werd in 1991 bekroond met de Staatsprijs voor essay en kritiek.
paperback, 14 x 22 cm, 348 pagina's. NIEUWSTAAT ISBN 9789460041181. Oorspronkelijkheid bestaat niet. Ieder spreken is een citeren, en iedere tekst is een echo van een andere tekst. Hoe meer we daarvan doordrongen zijn, hoe urgenter de theoretische verkenning van intertekstualiteit is. Wat betekent het wanneer Roland Barthes zegt dat de lezer degene is die de interteksten aandraagt? Kun je daarmee dan daadwerkelijk een gedicht van Erik Spinoy te lijf gaan? Hoe kunnen we een analyse van meerstemmigheid uitvoeren bij een roman van Hugo Claus? En is een hypertekst ook intertekstueel? Draden in het donker presenteert een actuele theoretische en praktische verkenning van intertekstualiteit in de breedste zin van het woord. De auteurs (onder wie Maaike Meijer, Ernst van Alphen, Jurgen Pieters en Odile Heynders) bespreken stapsgewijs de geschiedenis, de mogelijk?heden en de beperkingen van de intertekstualiteitstheorie en demonstreren hoe het onderzoek er in de praktijk uitziet.
paperback, 12,5x20 cm, 168 pagina's. ISBN 9789077503973. Het hele literaire oeuvre van Toon Tellegen, de dichtbundel De voorbode van iets groots van Dirk van Bastelaere, de roman Dis van Marcel Moring en de roman Diep in het bos van Nergena van Margriet Heymans zijn in 2007 bekroond met respectievelijk de Constantijn Huygens-prijs, de Jan Campert-prijs, de F. Bordewijkprijs en de Nienke van Hichtum-prijs. Al sinds 1948 kent de Jan Campert-stichting deze literatuurprijzen jaarlijks toe. Niet om voor zichzelf de publiciteit te zoeken, maar om bij te dragen aan de publieke erkenning en de grotere bekendheid van door haar belangrijk geacht literair werk. Door deze bundel met essays en bibliografische informatie over het werk van de bekroonden hoopt zij dan ook de belangstelling voor het werk van de bekroonde auteurs te stimuleren en te intensiveren. Alle beschouwingen zijn geschreven door critici en essayisten die al langer vertrouwd zijn met het werk van de laureaten. Zowel voor een eerste orientatie op het werk van de laureaten als voor een diepgaande bestudering ervan biedt deze bundel uiterst waardevolle bijdragen. De uitgave wordt gecompleteerd met biografische en bibliografische gegevens.
paperback met flappen, rijk geillustreerd, deels in kleur, 512 pagina's. ISBN 9789077503744. Half juni 1934 sloeg A. den Doolaard Anton van Duinkerken vol in het gezicht. Ander lichamelijk geweld komt in Roomse ruzie niet voor, maar voor het overige doen de opgenomen brieven, notulen van redactievergaderingen, programmatische teksten, memoires, krantenstukken en andere documenten in heftigheid hiervoor weinig onder. De vechtpartij was een van de vele incidenten in de ruzie die eind 1933 ontstond binnen de redactie van het literaire tijdschrift De Gemeenschap (1925-1941), het brandpunt van de rooms-katholieke jongeren. Het kamp van Van Duinkerken stond daarbij tegenover dat van Albert Kuyle, die steeds onverzoenlijker voor een sociaal en religieus engagement koos. Redacteur Jan Engelman eiste daarentegen een grotere artistieke vrijheid op, zonder religieuze belemmeringen. Deze ontwikkeling leidde eind 1930 tot het vertrek van Engelman uit de redactie. Van Duinkerken neigde tot een compromis en wilde Engelman terug in de redactie. Eind 1933 leidde dat tot een breuk. Kuyle en zijn medestanders werden uit de redactie verwijderd en richtten vervolgens het concurrerende De Nieuwe Gemeenschap (1934-1936) op, dat al snel in fascistisch vaarwater terechtkwam. De Gemeenschap zelf kreeg na deze splitsing een wat traditioneler karakter. Roomse ruzie documenteert een van de meest ingrijpende episodes uit de geschiedenis van het Nederlandse intellectuele leven van de twintigste eeuw.
paperback, 13,5x21,5 cm, geillustreerd, 120 pagina's. nieuw ISBN 9789460040573. In De moderne Helicon (1792) neemt Arend Fokke Simonsz zijn schrijvende tijdgenoten genadeloos op de hak. Het verhaal gaat over de Griekse god Apollo, die een winkel in poezie heeft geopend. Schrijvers komen van heinde en verre om daar poetisch taalgebruik en metaforen te kopen. De vreemdste attributen staan in de vitrines: van kloppende harten tot lillende ingewanden en ledematen van suiker. En voor de gevoelige dichter is er een groot assortiment zilte tranen. Fokke bekritiseert het belabberde peil van de eigentijdse dichtkunst en stelt en passant allerlei maatschappelijke waarden en normen ter discussie. Intussen steekt hij zijn eigen geleerdheid niet onder stoelen of banken en lardeert hij zijn tekst met hoogdravende aantekeningen, waarin hij zijn kennis van de klassieke mythologie en de geschiedenis etaleert. De moderne Helicon is een van de scherpste satires uit de Nederlandse letterkunde.
paperback, 13,5x21,5 cm, 207 pagina's. ISBN 9789460040542. Ondanks berichten dat de kerken leeglopen en kloosters moeten sluiten, is de hang naar religie nog altijd sterk geworteld in onze samenleving. Traditionele geloofsgemeenschappen hebben het moeilijk, terwijl alternatieve vormen van religie en spiritualiteit juist floreren. Meer dan de helft van de Nederlanders verklaart desgevraagd 'iets' te geloven, maar men beleeft dat 'iets' meestal strikt individueel. De afgelopen halve eeuw hebben opvallend veel Nederlandse schrijvers zich uitgesproken over God en het goddelijke, als tegenstander, afvallige, agnost of twijfelaar, maar ook als bekeerling of nog altijd praktiserend kerkganger. Onder hen bevinden zich oude en nieuwe christenen, atheisten, tegendraadse mystici, joden die op zoek zijn naar hun wortels en zelfs een enkele voodoopriesteres. In dit boek laat Jaap Goedegebuure zien hoe hun overwegingen en bekommernissen literair vorm krijgen in romans en in poezie, maar ook in een stijl die van auteur tot auteur is toegesneden op een hoogstpersoonlijke variant van de religieuze ervaring. Er is ruime aandacht voor de confronterende visies van Gerard Reve en Frans Kellendonk, maar ook voor de onthechtingsoefeningen van dichters als C.O. Jellema en Hans Faverey. Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010 biedt een spectrum dat reikt van Gerard Reve tot Desanne van Brederode en van Andreas Burnier tot Willem Jan Otten.
paperback, 16x24 cm, 304 pagina's. ISBN 9789077503553. In de Lage Landen wordt ze wel gezien als de moeder aller kwesties: of de literatuur uit dit taalgebied een geheel is, of dat de Vlaamse en de Nederlandse literatuur gescheiden grootheden zijn met een eigen ontwikkeling. Joris Janssens bekijkt die vraag voor een genre, poezie, en zet ze in een historisch perspectief. Talloze, vaak obscure en verzuilde tijdschriftjes uit het begin van de twintigste eeuw twistten over de nationale identiteit van literatuur. Tegenwoordig amper nog bekende Nederlandse gedichten raakten gevoelige zenuwen, radicale opvattingen binnen en buiten de Vlaamse Beweging vloeiden eruit voort. Literatuur haalt kennelijk basale ideeen naar boven over wie wij zijn en hoe en waarom wij handelen. Toch is het ?nationale karakter? van een literaire tekst geen vanzelfsprekendheid. Het is niet verheven boven het polemisch gewoel van elke dag en dat maakt beelden van onze identiteit breekbaar, buigzaam en soms inconsistent. Zo werpt De weifelende ezel over de cliches inzake ?de? Vlaming en ?de? Nederlander een uniek licht. Ze blijken flexibele argumenten in een strijd om aanzien. Omdat die stereotypen zich tevens buiten het domein van de poezie voordoen, geeft Janssens tegelijk inzicht in het bredere vertoog over de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking en integratie. Hij levert daarmee een opmerkelijke bijdrage aan de literaire geschiedschrijving in de Lage Landen tot aan de dag van vandaag, op een manier die ons actuele oordeel prettig relativeert en die spelenderwijs een schat aan nieuw materiaal uit de eerste hand verstrekt.
paperback 15x25 cm, 272 pagina's. ISBN 9789077503492. 'Sinds enkele maanden heb ik het genoegen aan een essay te werken, dat handelt over Uw poezie. Het is een boeiende en aangename taak, die ik mij aldus heb opgelegd.' Zo richt de 33-jarige Vlaamse auteur Adriaan De Roover zich op 3 mei 1956 tot het fenomeen Pierre Kemp - de kleurrijke 'man in het zwart', die met zijn ontelbare gedichten sinds het eind van de jaren twintig een unieke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse poezie van de twintigste eeuw. Uitgerekend in 1956 zal Pierre Kemp zeventig jaar worden en de Constantijn Huygensprijs ontvangen. Drie jaar later volgt de bekroning met de P.C. Hooftprijs. Met De Roovers brief begint een correspondentie, die zal duren tot 15 januari 1962. Het essay is dan nog niet geschreven. Het zal er ook niet komen, althans niet in de beoogde vorm. Intussen is er wel een verzameling brieven, die niet minder dan een goudmijn vormen. De Roover blijkt een liefdevolle, zorgvuldige en inventieve lezer en vraagt de oude dichter de kleren van het lijf. De lectuur van deze correspondentie, die in dit boek integraal wordt uitgegeven, leidt niet alleen tot een dieper inzicht in de zo bijzondere aard van Kemps dichterschap, maar is ook een ontroerende ervaring. Als een bezetene, maar dan veel lieflijker laat een dichter zien 'die zich schamper en sans gene bloot geeft en op onthutsende wijze zijn aftakeling poetisch observeert. Een dichter die in ontelbare verzen steeds opnieuw vaarwel zegt aan de vele kleine dingen die zijn leven kleur en klank gaven. De wijze waarop hij droom en werkelijkheid in het perspectief van een onvermijdelijke dood plaatst, maken van de oud geworden Kemp een van de oorspronkelijkste en belangrijkste dichters van de Nederlandse poezie.' (Adriaan De Roover aan Wiel Kusters).
paperback, 17x24 cm, 336 pagina's. ISBN 9789077503461. Literatuur is aan het begin van de 21e eeuw springlevend. Dat blijkt uit verkoopcijfers, maar bijvoorbeeld ook uit de populariteit van festivals. In vele vormen is literatuur verbonden met, of verhoudt ze zich tot andere media. Door mondialisering en migratie houden verschillende culturele groepen zich met literatuur bezig, in een veranderend Nederland, in een veranderend Europa. Dat heeft de vraag des te klemmender gemaakt hoe we goed en gevoelig kunnen lezen -als een essentieel onderdeel van modern cultureel burgerschap. In het kader daarvan is de geschiedenis en praktijk van de moderne literatuurwetenschap onmisbaar omdat ze de vaardigheden biedt die complexe geletterdheid vraagt. Lessen in literatuur vertelt over 2500 jaar literatuur, literatuurgeschiedenis en literatuurbeschouwing. Anders dan illustere voorgangers als Knuvelder en Anbeek beperkt F.W. Korsten zich niet tot Nederlandse literatuur. Dertien cruciale perioden uit de literatuurgeschiedenis van de oudheid tot heden koppelt hij aan evenveel begrippen uit de geesteswetenschappen -wat enkele verrassende combinaties oplevert. De perioden en begrippen worden steeds toegelicht aan de hand van literaire teksten. Zo komt het werk van onder anderen Ovidius, Dante, Mary Shelley, Jean Rhys, Derek Walcott en Charlotte Mutsaers in aantrekkelijke analyses aan bod. Het succesvolle Lessen in literatuur is inmiddels al toe aan zijn derde druk. Het is een inspirerende inleiding die inzicht en kennis biedt aan elke belangstellende binnen en buiten het onderwijs.
paperback, 16x22 cm, 416 pagina's. ISBN 9789077503416. Heldinnenbrieven vormen een klein maar bijzonder literair genre dat pas onlangs is herontdekt. In het Nederlandse taalgebied blijken er vanaf de vijftiende eeuw in navolging van Ovidius honderden in versvorm te zijn uitgebracht. Het gaat om zogenaamd vertrouwelijke brieven van beroemde figuren uit de geschiedenis: van Cleopatra tot Maria Magdalena, van Michiel de Ruyter tot Amalia van Solms. Zij proberen op dramatische momenten in hun leven een verre geliefde of intimus te overtuigen. In werkelijkheid komen die ontboezemingen echter niet van de afzenders. De heldinnenbrief is de travestie ten top. Achter veelal vrouwelijke personages gaan meestal mannelijke dichters schuil. Ze dragen bij aan een literair spel door telkens op Ovidius en op elkaar te varieren. Zo ontstaan er complete fictieve correspondenties. Maar het verzinsel zit nu eenmaal ingebakken in het genre, waaraan ook Vondel en Hooft zich hebben gewaagd. Wat de 'rievenschrijvers'met veel stilistische bravoure proberen te bereiken, is bij voorbaat vergeefs -de droeve afloop van hun leven als koningin, prinses of staatsvrouw is bekend.
paperback, geillustreerd 336 pagina's. ISBN 9789077503072. 'Warheden die eeuwen en eeuwen vastgelegd waren geweest, bleken opeens niet meer geldig te zijn. Men was niet meer afhankelijk van een God die wel of niet in de zeilen blies. Al in het midden van de negentiende eeuw kon de mens zijn eigen snelheidskrachten versterken op de velocipede of fiets. De eerste benzineauto dateert van 1875. En nog voor 1900 werd door Clement Ader de ultieme droom van de mens gerealiseerd: hij kon vliegen. Met behulp van de kracht van het vuur kon de mens over zee, over land en in de lucht gaan: hij had de elementen bedwongen.' Marita Mathijsen maakt al jarenlang de Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw toegankelijk. Keer op keer laat ze zien ze dat er heel wat meer te beleven viel dan Multatuli of de Tachtigers. Mathijsen rekent af met het cliche van een jansaliegeest, dat in het collectieve geheugen lijkt gekerfd. Tegelijk legt zij het deuntje het zwijgen op van een romantiek waarin alleen maar artistiek werd gehunkerd naar het graf en louter geweend werd over onvervulbare liefde, die eigenlijk pas het allermooist was als de beminde was gestorven aan de tering. Mathijsen plaatst er een mythe tegenover van de werkelijkheid, waarbij ze laat zien hoe maatschappijbetrokken de letterkundigen van de negentiende eeuw waren. In een aanstekelijke stijl brengt Mathijsen leven en werk van Francois HaverSchmidt (Piet Paaltjens), Aarnout Drost, Hendrik Tollens en Gerrit van de Linde (De Schoolmeester) voor het voetlicht. Ze onthult dat Mulisch'Twee vrouwen al in de negentiende eeuw is geschreven, door een vrouw. Uiteenlopende romans, gedichten, essays, brochures en vertalingen duidt Mathijsen binnen een permanent debat, waarbij spelling de maatschappij al in kampen kon verdelen. In dit bijzonder breed opgezette boek komen alle lijnen uit haar werk samen -een klinkende rehabilitatie van een tijdvak en van een literatuurbeschouwing.
paperback, 16 x 24, geillustreerd, 370 pagina's. ISBN 9789460040078. Het onderzoek naar Multatuli spitste zich tot op heden toe op Max Havelaar en op Multatuli' biografie. Aan de zeven bundels omvattende Ideen -een monument in de Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis -is nog niet eerder een boekpublicatie gewijd. Ten onrechte. De buik van de lezer maakt deze intrigerende tekst voor het eerst voor een breder publiek toegankelijk. Saskia Pieterse belicht vier thema' uit Multatuli' Ideen: Multatuli'sindividualisme, zijn houding tegenover de christelijke theologie, zijn denkbeelden over geschiedenis en geschiedschrijving, en ten slotte zijn literatuuropvatting. Multatuli wierp zich met zijn Ideen vol overtuiging in het strijdperk van de publieke discussie, maar hij weigerde consequent zich aan te sluiten bij een bestaande politieke stroming of grotere maatschappelijke beweging. Daarmee zijn de Ideen dus niet alleen een intrigerend tijdsdocument, maar ook nog een demonstratie van een 'kwikachtige' manier van schrijven. De lezer springt heen en weer tussen vertellingen, parabels, aforismen, polemieken, toneelteksten en kritieken, zonder dat we in een van die teksten een afgeronde conclusie vinden. In De buik van de lezer wordt duidelijk waarom Multatuli's ideeen vragen een interpretatie waarin zowel het engagement van de schrijver, als zijn literair-filosofische -ontsnappingsdrift- in hun volle complexiteit worden belicht.
paperback, 16x24 cm, 272 pagina's. ISBN 9789077503782. Harry G.M. Prick (1925-2006) was de meester van het detail. Met merkbaar plezier putte hij in zijn literair-historische opstellen en lezingen uit de onafzienbare voorraad feiten die hij in zijn geheugen had opgeslagen. In dit opzicht was hij een buitengewoon goede leerling van de laatste en langstlevende Tachtiger Lodewijk van Deyssel, wiens leven hij in twee zeer kloeke delen beschreef (In de zekerheid van eigen heerlijkheid, 1997 en Een vreemdeling op de wegen, 2003). Als leraar Nederlands, als conservator van het Letterkundig Museum en als publicist heeft Prick steeds enthousiast zijn liefde en eerbied voor de literatuur uitgedragen. Ook Spelevaren getuigt hiervan. Ditmaal is echter niet Lodewijk van Deyssel de hoofdfiguur, maar schrijft Prick over enkele andere van 'zijn'auteurs: August von Platen, Frederik van Eeden, Willem Kloos, Louis Couperus, Stephane Mallarme, Helene Swarth, P.C. Boutens, Marcel Proust, Frans Erens, Pierre Kemp, Anton van Duinkerken en Gerrit Komrij. De opstellen worden uitgeleide gedaan door een autobiografische beschouwing en een bibliografie van de geschriften van Harry G.M. Prick.
paperback, 600 pagina's. ISBN 9789077503607. Hij schreef in Brabants Diets. Precieze waarnemingen, verheven gedachten, panorama's van geestelijk leven, subtiele onderscheidingen, gloedvolle betogen: plankje voor plankje werden ze door Van Ruusbroec in een dun laagje was gegrift, om daarna door een andere hand op papier te worden overgenomen. Zo opent Loet Swart zijn monumentale studie over Die geestelike brulocht van de middeleeuwer Jan van Ruusbroec. Eerst treft de lezer een overzicht aan van het onderzoek dat de afgelopen honderd jaar is verricht naar de vader van de Nederlandse mystiek en zijn werken. Helder beschrijft Swart op welke diverse terreinen de Ruusbroecstudie zich heeft begeven en welke vraagstukken ze heeft trachten op te lossen. Dan wijdt hij zich aan een commentaar op Ruusbroecs hoofdwerk, dat hij paragraaf voor paragraaf naloopt. Die geestelike brulocht beschrijft de mystieke omvorming in zijn totaliteit, vanaf het morele en godsdienstige leven, dat voor alle gelovigen geldt, tot de hoogste mystieke uitbloei waaraan slechts luttele stervelingen toekomen. Niet alleen geeft Swart een voorbeeldige interpretatie waarin de kracht en de schoonheid van de Brulocht tot hun recht komen, hij ontwikkelt ook een methode die het onderzoek naar betogende teksten vooruit helpt. Ten slotte besteedt hij met behulp van de verteltheorie aandacht aan de vormen en structuren van het geschrift, met het oog op hun mystagogische functie. Niet eerder werd een mystieke tekst van deze omvang zo zorgvuldig geanalyseerd. Die geestelike brulocht toont zich eens te meer een magnum opus uit de middeleeuwse literatuur, met een allure die van en voor alle tijden is. De hedendaagse lezer vindt in Ruusbroec een wijze, gedreven en kundige leraar, een betrouwbare gids in het labyrint van het geestelijk leven ? een auteur van het allergrootste formaat, die gloedvol een weg uitzet.
paperback met stofomslag, 96 pagina's. ISBN 9789460041075. De onderste steen is de bibliografie van het oeuvre van Wiel Kusters zoals dat gepubliceerd werd tussen begin april 1997 en eind april 2012. Eerder verschenen De onderste steen 1 en 2 , respectievelijk in 1988 en 1997. Deze delen werden samengesteld door Jo Peters en uitgegeven door Herik te Landgraaf. Dit derde deel, samengesteld door Sanne Thomas in opdracht van de Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht, verschijnt bij Uitgeverij Vantilt te Nijmegen.
paperback 16x24 cm, 640 pagina's. ISBN 9789077503270. Karel van de Woestijne (1878-1929) behoort met Gorter, Leopold en Boutens tot de grote dichters uit het fin de siecle. Door een nauwgezette lectuur, ook van het proza, brengt De Spiegel van Achilleus dit oeuvre weer onder de aandacht. De studie corrigeert meteen een aantal mythes, zoals dat van de decadente, eenzelvige poeet en van de mystieke asceet. De vitalistische laag in Van de Woestijnes werk wordt blootgelegd door een grondige analyse van de beeldspraak ? meer bepaald van de allegorie. Vandevoorde demonstreert hoe Van de Woestijne met andere teksten speelt om een pseudo-autobiografisch beeld te creeren. Aan deze analyse gaat een schets vooraf van het denken over allegorie en symbool vanaf het einde van de achttiende eeuw en van de cultuurhistorische omstandigheden die tot een heropleving van de allegorie rond 1900 in Nederland en Belgie leidden. Hans Vandevoorde laat zien dat Van de Woestijne schatplichtig was aan opvattingen van Frans-Belgische auteurs als Maeterlinck en Verhaeren. Het boek sluit af met een verrassende lectuur van het verhalende gedicht over de Amazonekoningin ?Penthesileia?. Zij laat zich door Achilleus afslachten aan de voet van Troje. Wat een verhaal van doodsverlangen en gender-strijd leek, ontmaskert Vandevoorde als een ode aan de moederliefde. Voor het eerst in de Van de Woestijne-studie wordt terdege rekening gehouden met het jeugdwerk van de dichter en wordt de hele correspondentie van de Gentse dichter benut. Bovendien bevat De Spiegel van Achilleus een originele theoretische benadering van de allegorie die een groot deel van de bestaande visies opslorpt, en bruikbaar is voor de analyse van zowel literatuur als beeldende kunst.
Paperback, 16 x 24 cm, 400 pagina's. ISBN 9789460040375. Homerus, Vergilius, Sophocles, Ovidius en de vele andere klassieke schrijvers hebben een belangrijk stempel gedrukt op de westerse cultuur. Ze speelden door de eeuwen heen een grote rol in het onderwijs en hun werken verschenen in tal van edities en vertalingen. Maar vooral vormden de klassieke mythen, toneelstukken en gedichten een voorbeeld dat Nederlandse schilders, theatermakers en schrijvers uitdaagde tot navolging. Ook is de invloed van de klassieke schrijvers te traceren in de politieke theorie, de filosofie, ideeengeschiedenis en massamedia. In De klassieke traditie in de Lage Landen schetst classicus Rene Veenman een veelomvattend beeld van de receptiegeschiedenis van de klassieken in Nederland en Belgie. Wie een geschiedenis van uitsluitend loftuitingen en bewondering verwacht, komt bedrogen uit; met regelmaat viel de klassieke schrijvers stevige spot en kritiek ten deel. De klassieke traditie in de Lage Landen laat zich, ook zonder klassieke opleiding, lezen als een dwarsdoorsnede van de Nederlandse cultuur van de middeleeuwen tot nu en is tevens goed te gebruiken als naslagwerk.
paperback, 14 x 21,5, 235 pagina's. ISBN 9789460040023. In zijn in-memoriam in de Volkskrant prees Kees Fens de Tilburgse hoogleraar Hugo Verdaasdonk vooral als literatuurkenner, onder meer vanwege diens ?groot gevoel voor kwaliteit in de literatuur? en zijn ongeevenaarde ?belezenheid in de Nederlandse, de Europese en de Amerikaanse literatuur?. Zo werd Verdaasdonk geprezen om de grote lezer die hij ? inderdaad ? was. Maar in zijn wetenschappelijk onderzoek boog hij zich juist over de vraag op welke manier oordelen als ?kwaliteit in de literatuur? tot stand komen. Hugo Verdaasdonk werkte aan de afronding van Snijvlakken van de literatuurwetenschap toen hij in 2007 overleed, pas 62 jaar oud. Het manuscript was al in een vergevorderd stadium en wat hem voor ogen stond was duidelijk: een staalkaart geven van zijn ontwikkeling als empirisch literatuurwetenschapper. Verdaasdonk ziet het niet als taak van de literatuurwetenschap om alom al als waardevol erkende literaire werken te analyseren. Dat is in feite een vicieuze ? en zeker niet wetenschappelijke ? activiteit. De literatuurwetenschap dient uit te gaan van empirische vraagstellingen naar feitelijk analyseerbaar gedrag: van lezers, boekenkopers, literaire jury?s enzovoort. Snijvlakken van de literatuurwetenschap volgt Verdaasdonks weg, die steeds haaks op de gangbare literatuurwetenschap stond: vanaf de baanbrekende artikelenreeks die hij midden jaren zeventig publiceerde in De Revisor (in bewerkte vorm het openingshoofdstuk van dit boek) tot aan zijn recente, opmerkelijke bevindingen rond de statistische kans van een auteur om een prestigieuze prijs als de AKO-prijs of P.C. Hooftprijs toegekend te krijgen.