44 063 résultats
paperback, geillustreerd, 304 pagina's. ISBN 9789077503423. In de achttiende en negentiende eeuw bestond er een uitgebreide etiquette rond de correspondentie. Auteurs van brieven- en etiquetteboeken adviseerden wat van aanhef tot postscriptum de juiste stijl en inhoud van een brief was en familieleden voorzagen elkaars brieven van soms streng commentaar. Willemijn Ruberg beschrijft in Conventionele correspondentie hoe een vijftal families uit de Nederlandse hogere burgerij en adel met het fenomeen briefwisseling omging ? laverend tussen ?natuurlijkheid? en conventies. Al op jonge leeftijd leerden kinderen uit de elite, op basis van nieuwe pedagogische idealen, wat een fatsoenlijke brief was. Gedurende de adolescentie kregen brieven een speciaal karakter. Jonge mannen en vrouwen schreven elkaar vurige, romantische vriendschapsbrieven, maar gebruikten de briefwisseling ook als zelfonderzoek, om hun karakter te verbeteren. In verlovingsbrieven onderhandelden geliefden zelfs over hun relatie voor ze daadwerkelijk in het huwelijk traden. Negentiende-eeuwse correspondenten klaagden over het plichtmatige karakter van gelegenheidsbrieven zoals felicitaties, nieuwjaarswensen en condoleancebrieven en over het gebrek aan oprechtheid daarin. Toch waren ze belangrijk om de banden tussen families te bestendigen. Ruberg toont in dit boek met vele verrassende, ontnuchterende en schrijnende voorbeelden aan dat de briefwisseling een regelrecht socialisatiemiddel was. Via een ogenschijnlijk intiem medium trachtte de Nederlandse elite de eigen normen over te dragen en in stand te houden.
paperback, geillustreerd, 224 pagina's. ISBN 9789075697537. Huub Beurskens is dichter, prozaist, essayist en vertaler. De resultaten van zijn werk zijn terug te vinden in de vele titels die hij publiceerde gedurende een inmiddels meer dan 25 jaar omspannende carriere. In De school aan zee komen alle genoemde hoedanigheden aan bod. Het boek bevat een verhaal, essays over kunst, poezie en muziek en eigen en vertaalde poezie. De school aan zee is een hybride, die is voortgekomen uit een vanzelfsprekende samenspraak tussen de diverse kunstvormen die Beurskens beoefent. De samenhang in Beurskens' oeuvre komt in dit boek voor het eerst duidelijk aan het licht.
paperback, 224 pagina's. ISBN 9789075697865. Identiteit en locatie in de hedendaagse literatuur geeft antwoord op de essentiele vragen over wie wij zijn en wie de anderen zijn. Het uitgangspunt van deze essaybundel is dat, anders dan vaak wordt beweerd, identiteit niet betekenisloos is geworden. In de recente wereldliteratuur staat juist de betekenis van identiteit op de voorgrond. Die betekenis wordt vooral gezocht door identiteit in relatie te brengen met een bepaalde locatie. Dat kan zowel een concrete geografische plaats zijn, als een conceptuele locatie, zoals een literaire traditie of een mythologisch en ideologisch erfgoed. Naar aanleiding van het werk van onder meer Salman Rushdie, Jose Saramago, David Grossman, Etienne van Heerden en Maryse Conde legt deze bundel de relatie tussen identiteit en locatie in de hedendaagse literatuur bloot.
paperback, 224 pagina's. ISBN 9789075697940. In Nee, maar het gebeurt onderzoekt Lucas Husgen of de twijfel over de hang naar oorspronkelijkheid nu niet juist bij uitstek de weg vormt naar een taal van oorsprong die zichzelf voortdurend nieuw leven inblaast. Zo blijken complexe auteurs in hun kritische zoektocht naar iets wat lijkt op oorspronkelijkheid eigenlijk vaak uiterst eenvoudig. Het kloppende hart van hun nee aan het adres van de wereld maakt de literatuur in al zijn dwaalwegen des te krachtiger tot een gebeurtenis. Al maakt Husgen in zijn zwerftocht langs een televisieserie als Heimat, bewonderde auteurs als Ivo Michiels en Friederike Mayrocker of generatiegenoten als Dirk van Bastelaere en Henk van der Waal nergens gewag van zijn eigen werk, onderhands is dit boek zeker ook een poetica. Veel van die poeticale draden komen samen in het piece de resistance, het essay over de Geheimtip van de Oosterse literatuur, de Koreaanse dichteres Ho Nansorhon.
paperback, 13x21,5 cm, 224 pagina's. ISBN 9789077503874. Volgens dichter en componist Micha Hamel schrijft Lucas Husgen 'de meest muzikale taal die er in Nederland ooit geschreven is'. In Wat een romantische droom zit die muzikaliteit niet alleen in de vloeiende, levendige stijl. Binnen de tien essays duiken allerlei motieven telkens in weer een andere omgeving op: een symfonie met veel ruimte voor improvisatie komt tot stand. Daarbij tekent zich gaandeweg een thematische eenheid af, terwijl toch zoveel verschillends de revue passeert: David Lynch, Jonathan Safran Foer, Eric Dolphy, dreigende olieschaarste, Anneke Brassinga, 11 september, Michael Haneke, Marc Bolan, prostitutie, Ezra Pound, klimaatsverandering, Roberto Matta, Menno ter Braak en nog het een en ander? In al zijn beweeglijke veelheid vormt deze doorgecomponeerde essaybundel uiteindelijk een indringende waarschuwing tegen de gevolgen van de menselijke beweeglijkheid in de wereld en de droom van de eeuwige jeugd. De dichter Husgen houdt het uiteindelijk bij de innerlijke beweging van de poezie. Het afsluitende essay over de Koreaanse modernist Jong Ji-Yong bezingt de dichtkunst - met al haar haken en ogen.
paperback, 12,5x20 cm, 224 pagina's. ISBN 9789077503805. De canon wordt niet door commissies opgelegd of door politiekcorrecte cultuurpolitici vanaf een preekstoel verordonneerd. Integendeel, de canon zijn wij allemaal: de lezers, schrijvers, docenten, critici, essayisten, literatuurgeschiedschrijvers van alle tijden. Samen debatteren we over literatuur in al haar vormen. En aan dat debat draagt Jos Joosten ook in zijn nieuwe essaybundel Misbaar zijn steentje bij. Eigenzinnig scheert hij langs de randen van de literatuur. Hij zet vraagtekens bij het werk van canonadepten als Dalrymple, ontkracht het romantische clichebeeld dat ook wetenschappers koesteren over dichters; bekijkt het vreemde huwelijk tussen literatuurwetenschap en kritiek; volgt de strategische manoeuvres van zulke uiteenlopende figuren als Ida Gerhardt en Ilja Leonard Pfeijffer en geeft een onverwachte kijk op zogenaamde 'hoge' en 'lage' cultuur. Minstens zo betrokken zijn Joostens pleidooien voor het werk van Maurice D'Haese en Robert Vernooy, schrijvers die ten onrechte vergeten dreigen te raken. Ook binnen de canon blijkt er voor enthousiaste lezers voldoendete beleven. We maken kennis met Michel Houellebecq als dichter, zien hoe complex Mustafa Stitou's op het oog simpele poezie eigenlijk is, ontdekken dat Reves Frits van Egters geen onaangepaste cynicus is maar het prototype van een brave burger, en krijgen antwoord op de vraag waarom Marcellus Emants' tragische held Willem Termeer zijn vrouw niet vermoordde.
paperback, 320 pagina's. ISBN 9789075697797. Jos Joosten legt in Onttachtiging het hedendaagse poetisch conservatisme bloot, maar signaleert tegelijk een belangwekkende tendens: de onttachtiging van de poezie. Al debatterend en polemiserend zoekt hij zijn eigen weg in de recente poezie. Hij bekritiseert Leonard Nolens' monomanie, Arnon Grunbergs dichterlijke onbenul of de grenzeloze overschatting van J.C. Bloem. Maar ook schrijft hij kritisch maar liefdevol over grote poezielezers als Paul Rodenko, Jan Walravens en Kees Fens, en over de bewonderde poezie van H.H. ter Balkt en Hugo Claus. Ook recente dichters als Peter Holvoet-Hanssen en Peter van Lier worden uitgebreid besproken. Onttachtiging is een veelzijdig en levendig boek dat roept om debat en tegenspraak.
paperback, 320 pagina's. ISBN 9789077503539. Zijn onderwerp was recente poezie, en dat vatte hij ruim op. Even tomeloos dacht hij hardop na over als bij natuurwet in de ramsj te vinden bundels van theatermaker B. Zwaal, over een gedicht voor een verongelukte vriend van de Nederlandse voetbalinternational Wim Jonk, over het experimentele, schijnbaar achterhaalde oeuvre van Lidy van Marissing en over een songtekst van Doe Maar. Wikkende analyses, tot aan de breedte van een gedachtestreepje toe, konden gepaard gaan met uitvallen naar het literaire klimaat. Na verloop van tijd begon Kregting eveneens voor andere bladen te schrijven. Eindelijk kunnen nu zijn poeziestukken - ook over bijvoorbeeld Ramsey Nasr, Tonnus Oosterhoff, Mustafa Stitou en Nachoem Wijnberg - met elkaar in debat. En de maker spaart zichzelf niet. Kregting zag zijn kans schoon om inzichten te verfijnen, te actualiseren en te politiseren. Bovendien voorzag hij zijn essays van noten, waardoor een schaduwboek ontstaat. Ditjes en datjes uit eeuwen geestesgeschiedenis komen boven en terloops rijst de vraag of het woord 'zich' in de huidige poezie van de Lage Landen te vergelijken valt met het woord 'feel' in popmuziek, en waarom Herman de Coninck zich spiegelde aan Johan Cruijff en niet aan Pol van Himst. Niet vaak werd, tegen het decor van een ooit vanzelfsprekend engagement, een ongeloof in de kracht van poezie met zoveel hardnekkigheid bezworen.
paperback, 256 pagina's. ISBN 9789075697377. J.H. de Roder geeft in zijn eerste bundeling essays een antwoord op uiteenlopende vragen. Van: waarin verschilt goede van slechte literatuur? tot hoe serieus is Hugo Claus? Een groot aantal van deze essays verscheen eerder in literaire en vaktijdschriften en in Armada, waarvan De Roder redacteur is. Van het enthousiast ontvangen Het schandaal van de poezie vindt u in deze bundel een herziene versie. Daarnaast biedt de bundel een reactie op de recensies van deze brochure en een verdere verkenning van de relaties tussen taal, ritueel, poezie en biologie. Verplichte kost voor (poezie)lezers. Bekroond met de prestigieuze Prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
paperback, 13,5 x 21,5 cm, 256 pagina's. ISBN 9789460040290. Zelden heeft een boek over Nederlandse literatuur in korte tijd zoveel stof doen opwaaien als De revanche van de roman van de Amsterdamse hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde Thomas Vaessens. Het beschrijft hoe de verhouding tussen literatuur en maatschappij sinds de Tweede Wereldoorlog is veranderd en hoe geengageerde schrijvers als Frans Kellendonk, Arnon Grunberg, Joost Zwagerman en Charlotte Mutsaers op die veranderingen reageerden. Bij de tweede druk schreef Vaessens een geheel nieuw voorwoord als reactie op de discussie die naar aanleiding van de eerste druk is ontstaan.
paperback, 15,5 x 23,5 cm, 160 pagina's. ISBN 9789460040801. In de herfst van 2010 was schrijver Thomas Verbogt Artist in Residence in het Nijmeegse Besiendershuis. Tussen de eerste dag van de oktoberkermis van 2010 en de eerste sneeuw van dat jaar zocht hij naar het Nijmegen uit zijn jeugdjaren. Hij liep door herinneringen aan de stad waar hij lang geleden zo vaak met zijn vader wandelde en kwam als het ware weer thuis in zijn geboortestad, die hij eind jaren zeventig had verlaten. In Herfst in het oosten verzamelt hij een aantal van die herinneringen. Het is een collage van mijmeringen, verhalen en momentopnames. In 1979 verruilde Verbogt Nijmegen voor Arnhem, nauwelijks twintig kilometer verder, maar toch een andere wereld, waar hij zich overigens snel thuisvoelde. Hij bleef er zestien jaar wonen. Ook over die Arnhemse jaren schrijft hij in dit boek. In Herfst in het oosten put Thomas Verbogt zowel uit zijn herinneringen van lang geleden als uit die van gisteren. Leidmotief daarbij is de vraag wat het betekent om je ergens thuis te voelen.
paperback, 16x24 cm, 344 pagina's. ISBN 9789077503430. Periodieken en hun kringen omvat veertien studies die blootleggen hoe een netwerk van informanten en correspondenten heeft bijgedragen aan het ontstaan en de instandhouding van een tijdschrift. Welke stappen worden gezet om de kring te vormen en uit te breiden en hoe weerspiegelt zich dat in een periodiek zelf? Door een zorgvuldige analyse van de tijdschriften, een speurtocht naar correspondentie en andere documenten in archieven en bibliotheken gaan vooraanstaande onderzoekers na hoe het netwerk rond die tijdschriften dienst heeft gedaan en of in de tijdschriften zelf een duidelijke ideologie valt te achterhalen. Er blijken vaak verschillende kringen te onderscheiden: een redactionele kern, informanten en een kring van kritische lezers. De tijdschriften zijn over een periode van drie eeuwen gekozen: zeven uit de vroegmoderne periode en zeven uit de negentiende en twintigste eeuw. Speelde Nederland in de eerste anderhalve eeuw een centrale rol in dit type nieuwsvoorziening, vanaf de negentiende eeuw nemen andere Europese landen en de Verenigde Staten deze rol over. Opvallend is wel dat er grote overeenkomsten zijn door de eeuwen heen. In de inleiding op deze rijke bundel tonen Bots en Levie hoe de structuur en de omvang van netwerken rond tijdschriften zich hebben ontwikkeld en in welke mate de culturele context de samenstelling van deze kringen bepaalde.
paperback, geillustreerd, 236 pagina's. ISBN 9075697279. De auteurs in deze bundel laten zien hoe intellectuelen van divers pluimage tijdens de zeventiende en achttiende eeuw gedichten, romans, tragedies, tijdschriften, opera's, tuinarchitectuur en beeldende kunst aanwendden om hun denkbeelden een breder publiek te verschaffen. Daarbij blijkt dat zowel de hoofdrolspelers als de figuranten - of ze nu schelm, geleerde, hoer of artiest zijn - voor eigen parochie preken. Schelmen en prekers illustreert hoe de genoemde genres in het vroegmoderne Europa benut werden om filosofische, politieke, theologische, natuurwetenschappelijke en sociaal-maatschappelijke discussies te voeren. Ideologische veranderingsprocessen zijn aan de hand van deze bronnen makkelijk in kaart te brengen.
paperback, geillustreerd, 136 pagina's. ISBN 9075697635. Zet twee mensen bij elkaar en ze richten een tijdschrift op. Als werkplaatsen van de cultuur en als motoren achter maatschappelijke, culturele en artistieke veranderingen hebben tijdschriften een belangrijke rol gespeeld. Soms met succes, en even vaak ook helemaal zonder succes. Dat ambitieuze plannen vaak op grandioze mislukkingen uitliepen, blijkt wel uit Floppen en fiasco's. U kunt hier lezen over debacles en mislukkingen, zowel in binnen- als in buitenland. Floppen en fiasco?s biedt een kleurrijk overzicht van bladen in de knop gebroken.
gebonden, geillustreerd, 352 pagina's. ISBN 9789075697957. De bestaande beelden over vrouwelijke lectuur zijn in de literatuurgeschiedschrijving tot nu toe vrijwel klakkeloos gereproduceerd, maar worden in 'Door lezen wijder horizont'. Het Haags Damesleesmuseum kritisch onderzocht op basis van geschiedbronnen van het Haagse Damesleesmuseum. Dit leesmuseum is een vrouwenbibliotheek die in 1894 werd opgericht ten tijde van de eerste feministische golf en die nog steeds bestaat. Duyvendak beschrijft de relatie met de vrouwenbeweging en onderzoekt onder andere de leesmotieven en leesgewoonten van de huidige leden, waarbij aansluiting is gezocht met het cultuursociologische onderzoek naar leesmotivatie.
paperback, rijk geillustreerd 224 pagina's. ISBN 9789077503812. Culturele verscheidenheid is iets moois. Toch we willen ook weten wat ons bindt. Daarom vinden we dat kinderen moeten kennismaken met de grote namen en gebeurtenissen uit het vaderlandse verleden. En dan komt de literatuur eveneens aan bod, met de wens dat er weer gedegen literatuuronderwijs moet komen, -zoals vroeger-. Waar hebben we het dan over? Gert-Jan Johannes laat zien dat het onderwijs in de vaderlandse letterkunde pas rond 1800 ontstond. Maar toen ging het ook snel. Literatuurgeschiedenis rukte op in klaslokalen, met lucide titels als Schets van de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, Beknopte geschiedenis van de Nederlandsche letterkunde of zelfs Schets van de beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Tientallen bloemlezingen presenteerden de teksten uit heden en verleden. Kreten als 'Jantje zag eens pruimen hangen', 'Constantijntje, saligh kijndje' of 'Hoofden van Lebak!' galmden uit talloze jonge monden. Intussen was het vaak niet zo duidelijk wat het literatuuronderwijs nu eigenlijk beoogde. Wat moesten de kinderen weten en waarom? Feitelijk duurt die onduidelijkheid tot op de dag van vandaag voort. Het is daarom hoog tijd dat er helderheid wordt geschapen. Dit moet u niet onverschillig wezen!
paperback, geillustreerd, 416 pagina's. ISBN 9789075697896. Eind zeventiende eeuw verschijnen tien Nederlandse romans waarin allerlei randfiguren vertellen over hun leven aan de onderkant van de maatschappij. De vertellers slaan twee vliegen in een klap: zij kunnen breeduit over seks schrijven en hun kritiek op de hypocriete maatschappij spuien. Het woord is aan de onderkant onderzoekt waarom juist aan het einde van de zeventiende eeuw bij Nederlandse auteurs (en lezers) interesse ontstond voor pornografie. De gematigde brave burger maakt in deze studie korte tijd plaats voor de radicale libertijn, die heilige huisjes omver trapt en de onderkant bovenhaalt.
paperback, geillustreerd, 14x22 cm, 304 pagina's. ISBN 9789077503485. Het hedendaagse Nederland is de uitkomst van vele negentiende-eeuwse burenruzies over de politieke en culturele grenzen van het land. In het verhitte afbakeningsproces ten opzichte van Vlaanderen, Duitsland en Frankrijk speelden niet alleen politici, maar ook boekenwurmen en kamergeleerden een belangrijke rol. Op zoek naar bronnen die de nationale identiteit konden versterken, brachten letterkundigen van divers pluimage in de negentiende eeuw de oudste kroonjuwelen van de literatuur opnieuw in beeld. Een ongemeen felle concurrentiestrijd volgde: was Reinaert nu Frans, Vlaams, Nederlands of Germaans? Joep Leerssen laat in een even secuur als geanimeerd betoog zien dat die letterkundige zaken allesbehalve antiquarisch waren. Ze vormden de culturele component van gespannen geopolitieke verhoudingen en waren onderdeel van turbulente natie- en staatsvorming. De bronnen van het vaderland vertelt op originele wijze de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse cultuur.
paperback, rijk geillustreerd in kleur, 320 pagina's. ISBN 9789460040214. Het leven van de auteur en geleerde Helene Nolthenius stond in het teken van grote thema's: muziek, religie, Italie, middeleeuwen. Als hoogleraar in de muziekgeschiedenis van de oudheid en de middeleeuwen aan de Rijksuniversiteit Utrecht trok zij aandacht door de rol die zij toekende aan verbeeldingskracht in historisch onderzoek, waarmee zij vooruitliep op de moderne cultuurwetenschap. Als auteur van historische romans muntte zij uit door de precisie waarmee zij gegevens verwerkte. Haar studies van het Duecento, het Gregoriaans en Franciscus van Assisi kregen enorme verbreiding. In Rede en vervoering wordt aandacht besteedt aan de plaats die Nolthenius innam binnen een erudiete Nederlandse elite, die stand hield totdat de universiteit definitief in de greep raakte van 'kennisproductie'. In deze elite, wortelend in de vooroorlogse tijd, nam zij als flamboyante vrouwelijke geleerde een eenzame plaats in. Zij zocht een verheven wereld 'weg van hier', maar wist zich getemperd door de rationaliteit die ze zichzelf oplegde. Verder worden in dit boek persoonlijke ontwikkelingen belicht, zowel voor als na haar werkzame leven.
gebonden, 402 pagina's. ISBN 9789075697674. Het spiegelend venster geeft een goed beeld van een tot op heden onderbelicht gebied van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Mathijs Sanders neemt de literaire activiteiten en opvattingen van katholieke auteurs tussen 1870 en 1940 onder de loep. Het spanningsveld tussen literaire moderniteit en katholieke levensbeschouwing is de rode draad in dit boek. Katholieke kopstukken als Alberdingk Thijm en Schaepman, maar ook schrijvers die de canon bij lange na niet haalden worden uitvoerig behandeld. Het slothoofdstuk werpt een nieuw licht op de katholieke jongerenbeweging tijdens het interbellum, met schrijvers als Henri Bruning, Jan Engelman en Anton van Duinkerken.
gebonden, 17,5x22 cm, geillustreerd, 482 pagina's. ISBN 9789460040146. 'Wat zie ik? Bilderdijk en Tollens! Welke namen!' Een kreet van bewondering en verbazing, geuit door een van de inscriptoren in de Vriendenrol van de blinde dichteres Petronella Moens (1762- 1843). Wat nu een poesiealbum is, was vroeger een gewaardeerd bezit, ook voor volwassenen. Petronella Moens was zeer geliefd, onder literatoren en binnen haar uitgebreide familie. Een volledige transcriptie van dit waardevolle document, royaal geannoteerd, biedt zowel professionele onderzoekers als liefhebbers van het genre - naast veel genoegen - de mogelijkheid bijzondere ontdekkingen te doen. Daarnaast geven de achtergronden van het album amicorum van Moens vele mogelijkheden om zicht te krijgen op het culturele klimaat in Nederland gedurende de jaren 1786-1840. De inleidende hoofdstukken van Par Amitie behandelen respectievelijk het vriendenboek als een historisch genre en de plaats van Moens' album daarbinnen, toenmalige opvattingen over vriendschap, Moens' blindheid en de door inscriptoren gebruikte versvormen. Als bijlagen voor verdere studie bevat deze uitgave een genealogisch overzicht, alfabetisch, chronologisch en volgens het album geordende registers van scribenten, beginregels van alle bijdragen en een uitgebreide literatuurlijst.
paperback, 13,5x21,5 cm, 224 pagina's. ISBN 9789460040689. De nimf Echo kon alleen woorden van anderen weergalmen. Haar tragiek is die van alle literatuur. Dichters en vertellers hebben woorden van anderen steeds weer herhaald. Dat kon moeilijk anders, want als ze werkelijk origineel waren geweest, zou niemand hen hebben begrepen. In Echo's echo's behandelt Paul Claes het intertekstuele spel met bestaande literatuur in haar verschillende gedaanten: citaat, allusie, travestie, adaptatie, parodie en pastiche. Theoretische hoofdstukken wisselen af met praktische voorbeelden uit de hele westerse literatuurgeschiedenis en de Nederlandse poezie (Frederik van Eeden, Hugo Claus en Hans Faverey). Een lijst van intertekstuele termen sluit het boek af. De oorspronkelijke editie (1988) werd grondig gereviseerd, geupdatet en aangevuld met twee nieuwe hoofdstukken. In een daarvan wordt een nieuwe vertaaltheorie gepresenteerd. Paul Claes (1943) is als romancier, dichter, vertaler en essayist een van de productiefste en veelzijdigste auteurs van de Lage Landen. Baanbrekende studies zijn: Het netwerk en de nevelvlek (1979), De mot zit in de mythe en Claus-reading (1984), Raadsels van Rilke (1995), De Gulden Tak (2000), Concatenatio Catulliana (2002) en La Clef des Illuminations (2008). Paul Claes ontving de Martinus Nijhoff Prijs voor vertaling (1996), de eci-prijs en de Multatuli-prijs voor de roman De Kameleon (2002). Echo's echo's werd in 1991 bekroond met de Staatsprijs voor essay en kritiek.
paperback, 14 x 22 cm, 348 pagina's. NIEUWSTAAT ISBN 9789460041181. Oorspronkelijkheid bestaat niet. Ieder spreken is een citeren, en iedere tekst is een echo van een andere tekst. Hoe meer we daarvan doordrongen zijn, hoe urgenter de theoretische verkenning van intertekstualiteit is. Wat betekent het wanneer Roland Barthes zegt dat de lezer degene is die de interteksten aandraagt? Kun je daarmee dan daadwerkelijk een gedicht van Erik Spinoy te lijf gaan? Hoe kunnen we een analyse van meerstemmigheid uitvoeren bij een roman van Hugo Claus? En is een hypertekst ook intertekstueel? Draden in het donker presenteert een actuele theoretische en praktische verkenning van intertekstualiteit in de breedste zin van het woord. De auteurs (onder wie Maaike Meijer, Ernst van Alphen, Jurgen Pieters en Odile Heynders) bespreken stapsgewijs de geschiedenis, de mogelijk?heden en de beperkingen van de intertekstualiteitstheorie en demonstreren hoe het onderzoek er in de praktijk uitziet.
paperback, 12,5x20 cm, 168 pagina's. ISBN 9789077503973. Het hele literaire oeuvre van Toon Tellegen, de dichtbundel De voorbode van iets groots van Dirk van Bastelaere, de roman Dis van Marcel Moring en de roman Diep in het bos van Nergena van Margriet Heymans zijn in 2007 bekroond met respectievelijk de Constantijn Huygens-prijs, de Jan Campert-prijs, de F. Bordewijkprijs en de Nienke van Hichtum-prijs. Al sinds 1948 kent de Jan Campert-stichting deze literatuurprijzen jaarlijks toe. Niet om voor zichzelf de publiciteit te zoeken, maar om bij te dragen aan de publieke erkenning en de grotere bekendheid van door haar belangrijk geacht literair werk. Door deze bundel met essays en bibliografische informatie over het werk van de bekroonden hoopt zij dan ook de belangstelling voor het werk van de bekroonde auteurs te stimuleren en te intensiveren. Alle beschouwingen zijn geschreven door critici en essayisten die al langer vertrouwd zijn met het werk van de laureaten. Zowel voor een eerste orientatie op het werk van de laureaten als voor een diepgaande bestudering ervan biedt deze bundel uiterst waardevolle bijdragen. De uitgave wordt gecompleteerd met biografische en bibliografische gegevens.
paperback met flappen, rijk geillustreerd, deels in kleur, 512 pagina's. ISBN 9789077503744. Half juni 1934 sloeg A. den Doolaard Anton van Duinkerken vol in het gezicht. Ander lichamelijk geweld komt in Roomse ruzie niet voor, maar voor het overige doen de opgenomen brieven, notulen van redactievergaderingen, programmatische teksten, memoires, krantenstukken en andere documenten in heftigheid hiervoor weinig onder. De vechtpartij was een van de vele incidenten in de ruzie die eind 1933 ontstond binnen de redactie van het literaire tijdschrift De Gemeenschap (1925-1941), het brandpunt van de rooms-katholieke jongeren. Het kamp van Van Duinkerken stond daarbij tegenover dat van Albert Kuyle, die steeds onverzoenlijker voor een sociaal en religieus engagement koos. Redacteur Jan Engelman eiste daarentegen een grotere artistieke vrijheid op, zonder religieuze belemmeringen. Deze ontwikkeling leidde eind 1930 tot het vertrek van Engelman uit de redactie. Van Duinkerken neigde tot een compromis en wilde Engelman terug in de redactie. Eind 1933 leidde dat tot een breuk. Kuyle en zijn medestanders werden uit de redactie verwijderd en richtten vervolgens het concurrerende De Nieuwe Gemeenschap (1934-1936) op, dat al snel in fascistisch vaarwater terechtkwam. De Gemeenschap zelf kreeg na deze splitsing een wat traditioneler karakter. Roomse ruzie documenteert een van de meest ingrijpende episodes uit de geschiedenis van het Nederlandse intellectuele leven van de twintigste eeuw.