44 063 résultats
paperback, 13,5x21,5 cm, geillustreerd, 120 pagina's. nieuw ISBN 9789460040573. In De moderne Helicon (1792) neemt Arend Fokke Simonsz zijn schrijvende tijdgenoten genadeloos op de hak. Het verhaal gaat over de Griekse god Apollo, die een winkel in poezie heeft geopend. Schrijvers komen van heinde en verre om daar poetisch taalgebruik en metaforen te kopen. De vreemdste attributen staan in de vitrines: van kloppende harten tot lillende ingewanden en ledematen van suiker. En voor de gevoelige dichter is er een groot assortiment zilte tranen. Fokke bekritiseert het belabberde peil van de eigentijdse dichtkunst en stelt en passant allerlei maatschappelijke waarden en normen ter discussie. Intussen steekt hij zijn eigen geleerdheid niet onder stoelen of banken en lardeert hij zijn tekst met hoogdravende aantekeningen, waarin hij zijn kennis van de klassieke mythologie en de geschiedenis etaleert. De moderne Helicon is een van de scherpste satires uit de Nederlandse letterkunde.
paperback, 13,5x21,5 cm, 207 pagina's. ISBN 9789460040542. Ondanks berichten dat de kerken leeglopen en kloosters moeten sluiten, is de hang naar religie nog altijd sterk geworteld in onze samenleving. Traditionele geloofsgemeenschappen hebben het moeilijk, terwijl alternatieve vormen van religie en spiritualiteit juist floreren. Meer dan de helft van de Nederlanders verklaart desgevraagd 'iets' te geloven, maar men beleeft dat 'iets' meestal strikt individueel. De afgelopen halve eeuw hebben opvallend veel Nederlandse schrijvers zich uitgesproken over God en het goddelijke, als tegenstander, afvallige, agnost of twijfelaar, maar ook als bekeerling of nog altijd praktiserend kerkganger. Onder hen bevinden zich oude en nieuwe christenen, atheisten, tegendraadse mystici, joden die op zoek zijn naar hun wortels en zelfs een enkele voodoopriesteres. In dit boek laat Jaap Goedegebuure zien hoe hun overwegingen en bekommernissen literair vorm krijgen in romans en in poezie, maar ook in een stijl die van auteur tot auteur is toegesneden op een hoogstpersoonlijke variant van de religieuze ervaring. Er is ruime aandacht voor de confronterende visies van Gerard Reve en Frans Kellendonk, maar ook voor de onthechtingsoefeningen van dichters als C.O. Jellema en Hans Faverey. Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010 biedt een spectrum dat reikt van Gerard Reve tot Desanne van Brederode en van Andreas Burnier tot Willem Jan Otten.
paperback, 16x24 cm, 304 pagina's. ISBN 9789077503553. In de Lage Landen wordt ze wel gezien als de moeder aller kwesties: of de literatuur uit dit taalgebied een geheel is, of dat de Vlaamse en de Nederlandse literatuur gescheiden grootheden zijn met een eigen ontwikkeling. Joris Janssens bekijkt die vraag voor een genre, poezie, en zet ze in een historisch perspectief. Talloze, vaak obscure en verzuilde tijdschriftjes uit het begin van de twintigste eeuw twistten over de nationale identiteit van literatuur. Tegenwoordig amper nog bekende Nederlandse gedichten raakten gevoelige zenuwen, radicale opvattingen binnen en buiten de Vlaamse Beweging vloeiden eruit voort. Literatuur haalt kennelijk basale ideeen naar boven over wie wij zijn en hoe en waarom wij handelen. Toch is het ?nationale karakter? van een literaire tekst geen vanzelfsprekendheid. Het is niet verheven boven het polemisch gewoel van elke dag en dat maakt beelden van onze identiteit breekbaar, buigzaam en soms inconsistent. Zo werpt De weifelende ezel over de cliches inzake ?de? Vlaming en ?de? Nederlander een uniek licht. Ze blijken flexibele argumenten in een strijd om aanzien. Omdat die stereotypen zich tevens buiten het domein van de poezie voordoen, geeft Janssens tegelijk inzicht in het bredere vertoog over de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking en integratie. Hij levert daarmee een opmerkelijke bijdrage aan de literaire geschiedschrijving in de Lage Landen tot aan de dag van vandaag, op een manier die ons actuele oordeel prettig relativeert en die spelenderwijs een schat aan nieuw materiaal uit de eerste hand verstrekt.
paperback 15x25 cm, 272 pagina's. ISBN 9789077503492. 'Sinds enkele maanden heb ik het genoegen aan een essay te werken, dat handelt over Uw poezie. Het is een boeiende en aangename taak, die ik mij aldus heb opgelegd.' Zo richt de 33-jarige Vlaamse auteur Adriaan De Roover zich op 3 mei 1956 tot het fenomeen Pierre Kemp - de kleurrijke 'man in het zwart', die met zijn ontelbare gedichten sinds het eind van de jaren twintig een unieke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse poezie van de twintigste eeuw. Uitgerekend in 1956 zal Pierre Kemp zeventig jaar worden en de Constantijn Huygensprijs ontvangen. Drie jaar later volgt de bekroning met de P.C. Hooftprijs. Met De Roovers brief begint een correspondentie, die zal duren tot 15 januari 1962. Het essay is dan nog niet geschreven. Het zal er ook niet komen, althans niet in de beoogde vorm. Intussen is er wel een verzameling brieven, die niet minder dan een goudmijn vormen. De Roover blijkt een liefdevolle, zorgvuldige en inventieve lezer en vraagt de oude dichter de kleren van het lijf. De lectuur van deze correspondentie, die in dit boek integraal wordt uitgegeven, leidt niet alleen tot een dieper inzicht in de zo bijzondere aard van Kemps dichterschap, maar is ook een ontroerende ervaring. Als een bezetene, maar dan veel lieflijker laat een dichter zien 'die zich schamper en sans gene bloot geeft en op onthutsende wijze zijn aftakeling poetisch observeert. Een dichter die in ontelbare verzen steeds opnieuw vaarwel zegt aan de vele kleine dingen die zijn leven kleur en klank gaven. De wijze waarop hij droom en werkelijkheid in het perspectief van een onvermijdelijke dood plaatst, maken van de oud geworden Kemp een van de oorspronkelijkste en belangrijkste dichters van de Nederlandse poezie.' (Adriaan De Roover aan Wiel Kusters).
paperback, 17x24 cm, 336 pagina's. ISBN 9789077503461. Literatuur is aan het begin van de 21e eeuw springlevend. Dat blijkt uit verkoopcijfers, maar bijvoorbeeld ook uit de populariteit van festivals. In vele vormen is literatuur verbonden met, of verhoudt ze zich tot andere media. Door mondialisering en migratie houden verschillende culturele groepen zich met literatuur bezig, in een veranderend Nederland, in een veranderend Europa. Dat heeft de vraag des te klemmender gemaakt hoe we goed en gevoelig kunnen lezen -als een essentieel onderdeel van modern cultureel burgerschap. In het kader daarvan is de geschiedenis en praktijk van de moderne literatuurwetenschap onmisbaar omdat ze de vaardigheden biedt die complexe geletterdheid vraagt. Lessen in literatuur vertelt over 2500 jaar literatuur, literatuurgeschiedenis en literatuurbeschouwing. Anders dan illustere voorgangers als Knuvelder en Anbeek beperkt F.W. Korsten zich niet tot Nederlandse literatuur. Dertien cruciale perioden uit de literatuurgeschiedenis van de oudheid tot heden koppelt hij aan evenveel begrippen uit de geesteswetenschappen -wat enkele verrassende combinaties oplevert. De perioden en begrippen worden steeds toegelicht aan de hand van literaire teksten. Zo komt het werk van onder anderen Ovidius, Dante, Mary Shelley, Jean Rhys, Derek Walcott en Charlotte Mutsaers in aantrekkelijke analyses aan bod. Het succesvolle Lessen in literatuur is inmiddels al toe aan zijn derde druk. Het is een inspirerende inleiding die inzicht en kennis biedt aan elke belangstellende binnen en buiten het onderwijs.
paperback, 16x22 cm, 416 pagina's. ISBN 9789077503416. Heldinnenbrieven vormen een klein maar bijzonder literair genre dat pas onlangs is herontdekt. In het Nederlandse taalgebied blijken er vanaf de vijftiende eeuw in navolging van Ovidius honderden in versvorm te zijn uitgebracht. Het gaat om zogenaamd vertrouwelijke brieven van beroemde figuren uit de geschiedenis: van Cleopatra tot Maria Magdalena, van Michiel de Ruyter tot Amalia van Solms. Zij proberen op dramatische momenten in hun leven een verre geliefde of intimus te overtuigen. In werkelijkheid komen die ontboezemingen echter niet van de afzenders. De heldinnenbrief is de travestie ten top. Achter veelal vrouwelijke personages gaan meestal mannelijke dichters schuil. Ze dragen bij aan een literair spel door telkens op Ovidius en op elkaar te varieren. Zo ontstaan er complete fictieve correspondenties. Maar het verzinsel zit nu eenmaal ingebakken in het genre, waaraan ook Vondel en Hooft zich hebben gewaagd. Wat de 'rievenschrijvers'met veel stilistische bravoure proberen te bereiken, is bij voorbaat vergeefs -de droeve afloop van hun leven als koningin, prinses of staatsvrouw is bekend.
paperback, geillustreerd 336 pagina's. ISBN 9789077503072. 'Warheden die eeuwen en eeuwen vastgelegd waren geweest, bleken opeens niet meer geldig te zijn. Men was niet meer afhankelijk van een God die wel of niet in de zeilen blies. Al in het midden van de negentiende eeuw kon de mens zijn eigen snelheidskrachten versterken op de velocipede of fiets. De eerste benzineauto dateert van 1875. En nog voor 1900 werd door Clement Ader de ultieme droom van de mens gerealiseerd: hij kon vliegen. Met behulp van de kracht van het vuur kon de mens over zee, over land en in de lucht gaan: hij had de elementen bedwongen.' Marita Mathijsen maakt al jarenlang de Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw toegankelijk. Keer op keer laat ze zien ze dat er heel wat meer te beleven viel dan Multatuli of de Tachtigers. Mathijsen rekent af met het cliche van een jansaliegeest, dat in het collectieve geheugen lijkt gekerfd. Tegelijk legt zij het deuntje het zwijgen op van een romantiek waarin alleen maar artistiek werd gehunkerd naar het graf en louter geweend werd over onvervulbare liefde, die eigenlijk pas het allermooist was als de beminde was gestorven aan de tering. Mathijsen plaatst er een mythe tegenover van de werkelijkheid, waarbij ze laat zien hoe maatschappijbetrokken de letterkundigen van de negentiende eeuw waren. In een aanstekelijke stijl brengt Mathijsen leven en werk van Francois HaverSchmidt (Piet Paaltjens), Aarnout Drost, Hendrik Tollens en Gerrit van de Linde (De Schoolmeester) voor het voetlicht. Ze onthult dat Mulisch'Twee vrouwen al in de negentiende eeuw is geschreven, door een vrouw. Uiteenlopende romans, gedichten, essays, brochures en vertalingen duidt Mathijsen binnen een permanent debat, waarbij spelling de maatschappij al in kampen kon verdelen. In dit bijzonder breed opgezette boek komen alle lijnen uit haar werk samen -een klinkende rehabilitatie van een tijdvak en van een literatuurbeschouwing.
paperback, 16 x 24, geillustreerd, 370 pagina's. ISBN 9789460040078. Het onderzoek naar Multatuli spitste zich tot op heden toe op Max Havelaar en op Multatuli' biografie. Aan de zeven bundels omvattende Ideen -een monument in de Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis -is nog niet eerder een boekpublicatie gewijd. Ten onrechte. De buik van de lezer maakt deze intrigerende tekst voor het eerst voor een breder publiek toegankelijk. Saskia Pieterse belicht vier thema' uit Multatuli' Ideen: Multatuli'sindividualisme, zijn houding tegenover de christelijke theologie, zijn denkbeelden over geschiedenis en geschiedschrijving, en ten slotte zijn literatuuropvatting. Multatuli wierp zich met zijn Ideen vol overtuiging in het strijdperk van de publieke discussie, maar hij weigerde consequent zich aan te sluiten bij een bestaande politieke stroming of grotere maatschappelijke beweging. Daarmee zijn de Ideen dus niet alleen een intrigerend tijdsdocument, maar ook nog een demonstratie van een 'kwikachtige' manier van schrijven. De lezer springt heen en weer tussen vertellingen, parabels, aforismen, polemieken, toneelteksten en kritieken, zonder dat we in een van die teksten een afgeronde conclusie vinden. In De buik van de lezer wordt duidelijk waarom Multatuli's ideeen vragen een interpretatie waarin zowel het engagement van de schrijver, als zijn literair-filosofische -ontsnappingsdrift- in hun volle complexiteit worden belicht.
paperback, 16x24 cm, 272 pagina's. ISBN 9789077503782. Harry G.M. Prick (1925-2006) was de meester van het detail. Met merkbaar plezier putte hij in zijn literair-historische opstellen en lezingen uit de onafzienbare voorraad feiten die hij in zijn geheugen had opgeslagen. In dit opzicht was hij een buitengewoon goede leerling van de laatste en langstlevende Tachtiger Lodewijk van Deyssel, wiens leven hij in twee zeer kloeke delen beschreef (In de zekerheid van eigen heerlijkheid, 1997 en Een vreemdeling op de wegen, 2003). Als leraar Nederlands, als conservator van het Letterkundig Museum en als publicist heeft Prick steeds enthousiast zijn liefde en eerbied voor de literatuur uitgedragen. Ook Spelevaren getuigt hiervan. Ditmaal is echter niet Lodewijk van Deyssel de hoofdfiguur, maar schrijft Prick over enkele andere van 'zijn'auteurs: August von Platen, Frederik van Eeden, Willem Kloos, Louis Couperus, Stephane Mallarme, Helene Swarth, P.C. Boutens, Marcel Proust, Frans Erens, Pierre Kemp, Anton van Duinkerken en Gerrit Komrij. De opstellen worden uitgeleide gedaan door een autobiografische beschouwing en een bibliografie van de geschriften van Harry G.M. Prick.
paperback, 600 pagina's. ISBN 9789077503607. Hij schreef in Brabants Diets. Precieze waarnemingen, verheven gedachten, panorama's van geestelijk leven, subtiele onderscheidingen, gloedvolle betogen: plankje voor plankje werden ze door Van Ruusbroec in een dun laagje was gegrift, om daarna door een andere hand op papier te worden overgenomen. Zo opent Loet Swart zijn monumentale studie over Die geestelike brulocht van de middeleeuwer Jan van Ruusbroec. Eerst treft de lezer een overzicht aan van het onderzoek dat de afgelopen honderd jaar is verricht naar de vader van de Nederlandse mystiek en zijn werken. Helder beschrijft Swart op welke diverse terreinen de Ruusbroecstudie zich heeft begeven en welke vraagstukken ze heeft trachten op te lossen. Dan wijdt hij zich aan een commentaar op Ruusbroecs hoofdwerk, dat hij paragraaf voor paragraaf naloopt. Die geestelike brulocht beschrijft de mystieke omvorming in zijn totaliteit, vanaf het morele en godsdienstige leven, dat voor alle gelovigen geldt, tot de hoogste mystieke uitbloei waaraan slechts luttele stervelingen toekomen. Niet alleen geeft Swart een voorbeeldige interpretatie waarin de kracht en de schoonheid van de Brulocht tot hun recht komen, hij ontwikkelt ook een methode die het onderzoek naar betogende teksten vooruit helpt. Ten slotte besteedt hij met behulp van de verteltheorie aandacht aan de vormen en structuren van het geschrift, met het oog op hun mystagogische functie. Niet eerder werd een mystieke tekst van deze omvang zo zorgvuldig geanalyseerd. Die geestelike brulocht toont zich eens te meer een magnum opus uit de middeleeuwse literatuur, met een allure die van en voor alle tijden is. De hedendaagse lezer vindt in Ruusbroec een wijze, gedreven en kundige leraar, een betrouwbare gids in het labyrint van het geestelijk leven ? een auteur van het allergrootste formaat, die gloedvol een weg uitzet.
paperback met stofomslag, 96 pagina's. ISBN 9789460041075. De onderste steen is de bibliografie van het oeuvre van Wiel Kusters zoals dat gepubliceerd werd tussen begin april 1997 en eind april 2012. Eerder verschenen De onderste steen 1 en 2 , respectievelijk in 1988 en 1997. Deze delen werden samengesteld door Jo Peters en uitgegeven door Herik te Landgraaf. Dit derde deel, samengesteld door Sanne Thomas in opdracht van de Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht, verschijnt bij Uitgeverij Vantilt te Nijmegen.
paperback 16x24 cm, 640 pagina's. ISBN 9789077503270. Karel van de Woestijne (1878-1929) behoort met Gorter, Leopold en Boutens tot de grote dichters uit het fin de siecle. Door een nauwgezette lectuur, ook van het proza, brengt De Spiegel van Achilleus dit oeuvre weer onder de aandacht. De studie corrigeert meteen een aantal mythes, zoals dat van de decadente, eenzelvige poeet en van de mystieke asceet. De vitalistische laag in Van de Woestijnes werk wordt blootgelegd door een grondige analyse van de beeldspraak ? meer bepaald van de allegorie. Vandevoorde demonstreert hoe Van de Woestijne met andere teksten speelt om een pseudo-autobiografisch beeld te creeren. Aan deze analyse gaat een schets vooraf van het denken over allegorie en symbool vanaf het einde van de achttiende eeuw en van de cultuurhistorische omstandigheden die tot een heropleving van de allegorie rond 1900 in Nederland en Belgie leidden. Hans Vandevoorde laat zien dat Van de Woestijne schatplichtig was aan opvattingen van Frans-Belgische auteurs als Maeterlinck en Verhaeren. Het boek sluit af met een verrassende lectuur van het verhalende gedicht over de Amazonekoningin ?Penthesileia?. Zij laat zich door Achilleus afslachten aan de voet van Troje. Wat een verhaal van doodsverlangen en gender-strijd leek, ontmaskert Vandevoorde als een ode aan de moederliefde. Voor het eerst in de Van de Woestijne-studie wordt terdege rekening gehouden met het jeugdwerk van de dichter en wordt de hele correspondentie van de Gentse dichter benut. Bovendien bevat De Spiegel van Achilleus een originele theoretische benadering van de allegorie die een groot deel van de bestaande visies opslorpt, en bruikbaar is voor de analyse van zowel literatuur als beeldende kunst.
Paperback, 16 x 24 cm, 400 pagina's. ISBN 9789460040375. Homerus, Vergilius, Sophocles, Ovidius en de vele andere klassieke schrijvers hebben een belangrijk stempel gedrukt op de westerse cultuur. Ze speelden door de eeuwen heen een grote rol in het onderwijs en hun werken verschenen in tal van edities en vertalingen. Maar vooral vormden de klassieke mythen, toneelstukken en gedichten een voorbeeld dat Nederlandse schilders, theatermakers en schrijvers uitdaagde tot navolging. Ook is de invloed van de klassieke schrijvers te traceren in de politieke theorie, de filosofie, ideeengeschiedenis en massamedia. In De klassieke traditie in de Lage Landen schetst classicus Rene Veenman een veelomvattend beeld van de receptiegeschiedenis van de klassieken in Nederland en Belgie. Wie een geschiedenis van uitsluitend loftuitingen en bewondering verwacht, komt bedrogen uit; met regelmaat viel de klassieke schrijvers stevige spot en kritiek ten deel. De klassieke traditie in de Lage Landen laat zich, ook zonder klassieke opleiding, lezen als een dwarsdoorsnede van de Nederlandse cultuur van de middeleeuwen tot nu en is tevens goed te gebruiken als naslagwerk.
paperback, 14 x 21,5, 235 pagina's. ISBN 9789460040023. In zijn in-memoriam in de Volkskrant prees Kees Fens de Tilburgse hoogleraar Hugo Verdaasdonk vooral als literatuurkenner, onder meer vanwege diens ?groot gevoel voor kwaliteit in de literatuur? en zijn ongeevenaarde ?belezenheid in de Nederlandse, de Europese en de Amerikaanse literatuur?. Zo werd Verdaasdonk geprezen om de grote lezer die hij ? inderdaad ? was. Maar in zijn wetenschappelijk onderzoek boog hij zich juist over de vraag op welke manier oordelen als ?kwaliteit in de literatuur? tot stand komen. Hugo Verdaasdonk werkte aan de afronding van Snijvlakken van de literatuurwetenschap toen hij in 2007 overleed, pas 62 jaar oud. Het manuscript was al in een vergevorderd stadium en wat hem voor ogen stond was duidelijk: een staalkaart geven van zijn ontwikkeling als empirisch literatuurwetenschapper. Verdaasdonk ziet het niet als taak van de literatuurwetenschap om alom al als waardevol erkende literaire werken te analyseren. Dat is in feite een vicieuze ? en zeker niet wetenschappelijke ? activiteit. De literatuurwetenschap dient uit te gaan van empirische vraagstellingen naar feitelijk analyseerbaar gedrag: van lezers, boekenkopers, literaire jury?s enzovoort. Snijvlakken van de literatuurwetenschap volgt Verdaasdonks weg, die steeds haaks op de gangbare literatuurwetenschap stond: vanaf de baanbrekende artikelenreeks die hij midden jaren zeventig publiceerde in De Revisor (in bewerkte vorm het openingshoofdstuk van dit boek) tot aan zijn recente, opmerkelijke bevindingen rond de statistische kans van een auteur om een prestigieuze prijs als de AKO-prijs of P.C. Hooftprijs toegekend te krijgen.
Paperback, 16x24 cm, 440 pagina's. ISBN 9789460040467. Denken over vertalen verscheen voor het eerst in 2004. Een echt overzicht van de vertaalbeschouwing in de breedste zin van het woord bestond toen nog niet. Dit tekstboek voorzag met succes in deze behoefte en beleeft nu een tweede druk. Het denken over vertalen staat nooit stil en deze tweede druk is dan ook hernieuwd en grondig aangevuld. Het boek kent drie zwaartepunten: geschiedenis & beschrijving, kritiek & methodiek en reflectie & theorie. De eerdere selectie, waarmee de samenstellers zo veel mogelijk verschillende standpunten wilden aanbieden, is uitgebreid met essays van onder anderen Luise von Flotow, Michaela Wolf en Maria Tymoczko. Hierdoor waaiert het perspectief nu nog breder uit; de vernieuwing is mede gebaseerd op de ervaringen en wensen van de vele gebruikers van het tekstboek. Denken over vertalen is een mix van praktische en theoretische reflectie, met teksten die van cultureel belang zijn en daadwerkelijk in het onderwijs of anderszins kunnen worden ingezet, in een gedachtewisseling of debat, in een vertaalatelier, workshop of seminar. De teksten liggen klaar om grondig besproken, geanalyseerd en bekritiseerd te worden.
gebonden, 11x19,5 cm, 204 pagina's. ISBN 9789077503966. De Terminologie van het tolken is een naslagwerk dat een honderdvijftigtal termen over de praktijk en de theorie van het tolken bevat. Elke term wordt in het Nederlands gedefinieerd en in het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans vertaald. Opmerkingen en voorbeelden verduidelijken de definities. Achter in het boek zijn schema?s opgenomen die de relaties tussen de termen weergeven. De auteurs hebben bij de samenstelling van het werk een beroep gedaan op tolken en tolkdocenten in Vlaanderen en Nederland. Een van de doelstellingen van de Terminologie van het tolken is zelfs om de band tussen opleidingen en tolkdiensten te versterken. Voor iedereen die op een heldere manier over het tolken wil spreken, zal de Terminologie van het tolken een handig hulpmiddel zijn.
Paperback, 192 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503508870. This thematic volume consists of a selection of papers from the XXth International Congress of History of Science, which was held in Liege in 1997. Two separated symposia were concerned with the study of historical connections between such different scientific fields as chemistry, botany, pharmacy, medicine and their technical aspects. Natural products from plants and animals, and their artificial equivalents, which were especially studied and used for dyeing and for medicinal purposes, were discussed in both meetings. The various contributions of the present volume deal with many of these products in several countries (in Europe, Asia, Africa and America) from the medieval period to the XIXth century. The first part treats of some historical aspects of chemical and pharmaceutical questions related to selected dyestuffs. The second part deals with pharmaceutical products for medicinal and biological purposes. These studies should contribute to foster new interdisciplinary research in this field, which is bound to develop at the international level. Languages : English.
Paperback, 180 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503508887. This volume presents a collection of selected papers worked out for the XXth International Congress of History of Science held in July 1997 in Liege The first part analyzes interrelations between the exact sciences, chemistry and physics on the one hand, and life sciences on the other hand. It is well known that in many fields of biological sciences, mainly in those working with experimental methods, chemical and physical knowledge was integrated but the historic development of that interrelation is not yet known and cannot be explained enough in all details until the present day. By searching for the events in the past, historians of science find out that introducing physical and chemical methods and knowledge into life sciences was not a simple but very complex historical process. The second part was constructed during the centenary of E.B. Wilson's pioneering book The Cell in Development and Inheritance (1896), with an eye on this tradition of biological research. Wilson attempted to integrate cytology, embryology, and the chromosome theory of inheritance into a common cellular framework. It was only in the late 1970s that the synthesis now called cell biology, developmental biology and developmental genetics came into existence. The work carried out in Zurich under E. Hadorn's supervision was brought to light. Concepts and paths of research were defined, for example: homeosis, physiological genetics, 'body plans' allometry, homologies of process, evolution as 'bricolage' and finally a critical essay on different perspectives on development. Languages : English.
Paperback, 224 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503508917. This volume presents a collection of selected papers worked out for the XXth International Congress of History of Science held in July 1997 in Liege The first part analyzes interrelations between the exact sciences, chemistry and physics on the one hand, and life sciences on the other hand. It is well known that in many fields of biological sciences, mainly in those working with experimental methods, chemical and physical knowledge was integrated but the historic development of that interrelation is not yet known and cannot be explained enough in all details until the present day. By searching for the events in the past, historians of science find out that introducing physical and chemical methods and knowledge into life sciences was not a simple but very complex historical process. The second part was constructed during the centenary of E.B. Wilson's pioneering book The Cell in Development and Inheritance (1896), with an eye on this tradition of biological research. Wilson attempted to integrate cytology, embryology, and the chromosome theory of inheritance into a common cellular framework. It was only in the late 1970s that the synthesis now called cell biology, developmental biology and developmental genetics came into existence. The work carried out in Zurich under E. Hadorn's supervision was brought to light. Concepts and paths of research were defined, for example: homeosis, physiological genetics, 'body plans' allometry, homologies of process, evolution as 'bricolage' and finally a critical essay on different perspectives on development. Languages : English.
Paperback, 194 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503509921. This volume includes papers presented during a symposium on the spreading of the scientific revolution outside Western European countries, which was held during the XXth International Congress of History of Science in Liege in 1997. The contributions aim to answer some recent historiographical questions such as the modalities of the spreading of science in different countries, the reception of the new science by different cultures, the kind of changes this reception set in motion, the periodisation in adopting the new scientific knowledge, the structures set up for this adoption. Three geographical areas are presented here: the European countries in the border of the "scientific center", Latin America countries and East Asian regions. The volume constitutes the first attempt at making a synthesis at an international level on the important question of the spreading of the "new science" throughout the world. Languages : English.
Paperback, 154 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503510958. Scholarly interest in the scientific activities caried out in various geographical areas of the Ottoman Empire between the 14th and the 20th century yielded a growing number of studies in recent years. The initial findings of these studies led scholars to question the view that Islamic science went into a decline after the 12th century, and to argue that Ottoman science constituted a new episode in Islamic science. The present volume begins with a survey on the Ottomans' transition from the Islamic to the European scientific tradition. This survey is followed by research papers dealing with: the introduction of modern science and technology to Turkey in the 18th and 19th centuries as regards the military technical training, the first railway line in Asiatic Turkey and the teaching of modern botany; the introduction of modern medicine and Darwinism in Egypt; Bonaparte's expedition to Egypt from the viewpoint of history of science and technology; and the mathematical activities in the Maghreb in both pre-Ottoman and Ottoman periods. Languages : English.
Hardback, 544 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503510071. Bibliographie de R. Taton Introduction par D. Fauque, M. Ilic et R. Halleux Recueil "Arithmetique et triomphe de la numeration decimale" , "La tentative de Stevin pour la decimalisation de la metrologie" , "La Renaissance et le renouveau mathematique du XVIIe siecle" , "Quelques remarques sur la periodisation en histoire des sciences et sur le concept de XVIIe siecle" , "Le P. Marin Mersenne et la communaute scientifique aux XVIIe et XVIIIe siecles" , "Le role et l'importance des correspondances scientifiques aux XVIIe et VIIIe siecles" , "Le lyonnais Girard Desargues (1591-1661) et son oeuvre geometrique et technique" , "A la redecouverte des oeuvres de Girard Desargues" , "L''Essay pour les coniques' de Pascal" , "Les origines et les debuts de l'Observatoire de Paris" , "Picard et la 'Mesure de la Terre" , "Huygens et l'Academie royale des Sciences" , "L'initiation de Leibniz a la geometrie (1672-1676)" , "L'expedition geodesique de Laponie (avril 1736- aout 1737)" , "Madame du Chatelet, traductrice de Newton" , "Sur une piece nouvelle concernant les recherches de Clairaut sur la theorie de la Lune" , "Clairaut et le retour de la comete de Halley" "Un episode significatif de l'histoire de l'optique au XVIIIe siecle: la querelle de l'achromatisme" , "D'Alembert, Eurler et l'Academie de Berlin", "Les relations d'Euler avec Lagrange" Languages : French.
Hardback, 312 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503510088. Peut-on mettre en relation - et de quelle facon ? - l'emergence et le deploiement de la science moderne, au XVIIe siecle, avec ceux du "libertinage" ou "libertinisme" pendant cette periode ? C'est a cette question complexe et quelque peu redoutable, car elle concerne les origines de notre modernite, que se sont efforces de repondre treize historiens des idees scientifiques, philosophiques ou litteraires. Il n'etait pas a l'ordre du jour - il parut meme presomptueux ou premature - d'affronter le probleme dans son abstraite generalite : il s'agissait bien plutot de mettre en lumiere, aussi precisement que possible, le cheminement intellectuel de certains hommes de science, de certains libertins averes, ou la fortune d'une idee apparemment "transversale". Ce recueil permet le reperage des nombreuses voies de rencontre qui parfois favoriserent le dialogue entre hommes de science et esprits "deniaises" au XVIIe siecle, mais aussi des obstacles qui parfois l'empecherent. Il fait peut-etre entrevoir la lente emergence d'un regime univoque de la "raison", a mesure que le siecle avance. Enfin, sa polyphonie interdisciplinaire apporte un eclairage varie sur certaines theories et notions philosophiques, comme l'atomisme et l'infini, qui jouent un role capital au XVIIe siecle. Auteurs : Armand Beaulieu, Michel Blay, Francois de Graux, Antonella Del Prete, Dominique Descotes, Vincent Jullien, Didier Kahn, Alain Mothu, Alain Niderst, Isabelle Pantin, Richard H. Popkin, Giovanni Ruocco, Bertram E. Schwarzbach, Ann Thomson. Languages : French.
Paperback, 328 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503511580. Too often technology is seen as inferior to science, as a simple practical application of a self-sufficient "pure" knowledge. Such a dichotomy is for sure an illusion. The contributions met in this volume, reflecting the richness and the density of the session Science, Technology and Industry during the XXth International Congress of History of Science in Liege in 1997, show all technology as nothing less than the bridge between science on one side, society and economy on the other side. And this bridge is not a one-way road but a place of interactions between the theoretical and the applied, between the knowledge and the know-how. A special section of this book demonstrates that this equal footing dialogue has been particularly intense as far as the military technical development is concerned, and that for many centuries. Languages : English.
Paperback, 152 p., 155 x 240 mm. ISBN 9782503511986. Ce volume est une contribution a l'histoire de la transition entre la science medievale et la science moderne, en ce qui concerne les mathematiques et la science du mouvement. Le processus de cette transformation a ete relativement peu etudie: les etudes historiques se sont concentrees de facon dominante sur la description de la phase finale de ce processus; le travail historique a etabli une description tres documentee et structuree de la situation de la philosophie naturelle a l'aube de la science classique. Au cours des dernieres decennies des travaux sur des auteurs et des oeuvres du XVIe siecle peu etudie font cependant apparaitre que cette description est alteree structurellement par des interpretations anachroniques de certains concepts qui y occupent manifestement une place centrale. Les etudes presentees dans ce volume sont un reflet des travaux effectues recemment dans ce sens sur deux aspects singuliers d'un tel programme: l'oeuvre scientifique de MAurolico d'une part, et l'emergence de la science galileenne du mouvement d'autre part. Languages : English, French.